Paarden: (0561) 688 555
De rode pijl toont het SI gewricht. De groene pijl toont het gewricht tussen de dwarsuitsteeksels van de lumbosacrale overgang. De gele pijl toont het facetgewricht van de lumbosacrale overgang. De blauwe pijl wijst naar de grote lumbosacrale tussenwervelschijf.

De rode pijl toont het SI gewricht. De groene pijl toont het gewricht tussen de dwarsuitsteeksels van de lumbosacrale overgang. De gele pijl toont het facetgewricht van de lumbosacrale overgang. De blauwe pijl wijst naar de grote lumbosacrale tussenwervelschijf.

Bekkenproblemen komen vaker voor dan men vroeger dacht. Het onderzoek ervan is echter specialistisch van aard. Verschijnselen bestaan onder andere uit: continu overkruist galopperen, moeite om de achterhand onder de massa te krijgen, staakklachten, etc.

Daarnaast kunnen ze als enige afwijking aanwezig zijn, of in combinatie met langdurige klachten vanuit de benen of de rug.

Ze zijn grofweg onder te verdelen in een aantal onderdelen, waaronder SI gewrichtsklachten, lumbosacrale klachten, etc. Er zijn de laatste jaren ook veel ontwikkelingen geweest die ons meer kennis geven op dit gebied. In dit artikel gaan we verder in op bekkenproblemen en de diagnostiek ervan.

Bekkenproblemen zijn jarenlang het ondergeschoven kindje geweest in de diergeneeskunde. Mede doordat deze regio met conventionele röntgentechnieken moeilijk voor dierenartsen in beeld te brengen was. Meestal bleef het bij het klinische vermoeden op een bekkenprobleem, met als resultaat het doorverwijzen naar een fysiotherapeut, osteopaat of chiropractor.  Los van het feit dat deze laatstgenoemden veel voor een paard kunnen betekenen, zijn er toch een scala aan paarden waar nadere diagnostiek van deze regio gewenst is.

Mede dankzij de sterke ontwikkeling van de echografie en scintigrafie is er steeds meer kennis gekomen van bekkenproblemen. Eén van de pioniers op dit gebied was professor Jean-Marie Denoix. Hij heeft het echografisch onderzoek van het bekken mede ontwikkeld en het verband aangetoond tussen bevindingen die op de echo zichtbaar zijn en ook daadwerkelijk in het paard aanwezig zijn.

Uit die onderzoeken is gekomen dat we met behulp van echografie wel degelijk in staat zijn om veel te zeggen over bekkenproblemen. Tevens is men er achter gekomen dat er, zoals al langer werd vermoed, vaker bekkenproblemen voorkomen dan wij altijd gedacht hadden.

Dit onderzoek is echter geen alledaags onderzoek die door iedere paardendierenarts uitgevoerd kan worden. Gespecialiseerde dierenartsen die hiertoe in staat zijn, zijn in opleiding geweest en hebben examen afgelegd bij deze hoogleraar. Ze zijn te herkennen aan de titel: certified member of ISELP.

Het echografisch onderzoek van het bekken stelt ons in staat om systematisch alle belangrijke onderdelen van het bekken te scannen om zodoende een diagnose te kunnen stellen.

De rode pijl toont het SI gewricht. De groene pijl toont het gewricht tussen de dwarsuitsteeksels van de lumbosacrale overgang. De gele pijl toont het facetgewricht van de lumbosacrale overgang. De blauwe pijl wijst naar de grote lumbosacrale tussenwervelschijf.

De rode pijl toont het SI gewricht. De groene pijl toont het gewricht tussen de dwarsuitsteeksels van de lumbosacrale overgang. De gele pijl toont het facetgewricht van de lumbosacrale overgang. De blauwe pijl wijst naar de grote lumbosacrale tussenwervelschijf.

Het bekken bestaat uit de bekkenbeenderen, het heiligbeen (=sacrum) en de laatste lendenwervel.

Uiteraard vormen deze botten allemaal op meerdere plekken een gewricht met elkaar. Veel bekkenproblemen komen voort uit afwijkingen aan deze gewrichten.

Het gevolg hiervan is dat de beweeglijkheid van een deel van het bekken sterk afneemt en er tevens pijn kan ontstaan bij beweging hiervan.

Het bekken is in staat om op meerdere niveaus een bepaalde beweging uit te voeren. De bekendste beweging is uiteraard het buigen / kantelen van het bekken, waardoor het paard in staat is de achterhand onder de massa te plaatsen. Dit is voor iedere gang van belang, maar vooral in de galop valt het vaak op dat het paard erg kort met de achterhand gaat galopperen. Dit komt omdat juist in de galop er veel buiging van de gehele wervelkolom, inclusief bekken, wordt gevraagd. Paarden die problemen hebben in de bekken regio kunnen tevens overkruist gaan galopperen, omdat ze soms aan één zijde meer moeite of pijn hebben om te buigen. De pijn die hierbij ontstaat kan tevens staakklachten geven. Een veel gehoorde klacht is dat het staken hoofdzakelijk bij het aanspringen naar de galop ontstaat.

Een andere belangrijke beweging die het bekken moet kunnen is rotatie. In de draf is dit hoofdzakelijk zichtbaar doordat de bovenlijn hierbij stabiel gedragen wordt en het bekken continu van links naar rechts roteert om de benen naar voren te kunnen brengen.

Afwijkingen die veelal worden gezien is:

  • SI-gewrichtsklachten: hierbij is hoofdzakelijk de osteoarthritis van het SI gewricht het meest voorkomend. Het SI gewricht is het gewricht tussen het heiligbeen (=sacrum) en het bekken (=ilium)
  • Lumbosacrale gewrichtsklachten: tussen de dwarsuitsteeksels van de laatste lendewervel en het heiligbeen bevinden zich gewrichten die klachten zoals osteoarthritis kunnen hebben.
  • Tussenwervelschijf problemen: deze klachten komen meer voor dan men aanvankelijk dacht. Zo kan de tussenwervelschijf structuurschade ondervinden al dan niet in combinatie met botnieuwvorming van de aangrenzende botonderdelen. In een zeer ernstig geval kan er zelfs een hernia optreden van de tussenwervelschijf. De oorzaak is veelal ernstig trauma of zware geboortes.
  • Aangeboren afwijkingen: net als mensen die een aangeboren rugprobleem hebben, komen bij paarden ook fouten voor in de aanleg van het lichaam. Een veel gezien probleem is wat we noemen: sacralisatie van de laatste lendewervel. Hierbij is de laatste lendewervel vergroeid met het heiligbeen. Het gevolg hiervan is dat de bewegingsmogelijkheid van het bekken aanzienlijk afneemt en dit paard onvoldoende de achterhand onder de massa zal zetten. Daarnaast maakt dit de omringende structuren iets gevoeliger voor overbelasting (deze moeten het gebrek in beweeglijkheid compenseren)

Een deel van de bovengenoemde klachten kunnen ontstaan doordat het paard langdurig kreupel is vanuit het been. Een onderzoeksgroep uit Engeland heeft reeds aangetoond dat er een verband staat tussen langdurige high suspensory klachten (tussenpeesontsteking) en het optreden van SI gewrichtsklachten. Het onderkennen van meerdere klachten is uiteraard essentieel in het succesvol behandelen van een paard met klachten.

Als immers de kreupelheid wordt opgelost, maar het bekkenprobleem niet, dan zal het paard nog steeds niet goed functioneren. Het lichaam werkt als 1 geheel, met als gevolg dat als 1 schakel uitvalt, andere schakels onevenredig veel belasting te verduren krijgen met schade tot gevolg.